Europese regio’s kloppen op de deur van Noord-Nederland

21-05-2015 -
Nu is het moment om de internationaliseringsslag in Europa te slaan.


Veel Europese regio’s tonen op dit moment interesse voor samenwerking met Noord-Nederland. Hoe komt het dat in de afgelopen maanden meerdere regio’s uit Europa gevraagd hebben of ze een coalitie kunnen sluiten met Noord-Nederland en welke kansen ontstaan hierdoor?

Het Europees beleid rondom innovatie en economische groei is de motor achter de intensivering van samenwerking tussen regio’s in Europa. Alle regio’s in Europa moesten in de aanloop naar de nieuwe programmaperiode 2014 – 2020 van de Europese Unie (EU) een Research en Innovatie Strategie (RIS) opleveren. De regel uit Brussel daarbij was: geen RIS, geen subsidiegeld uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO).

Sterke strategie

Noord-Nederland heeft veel werk verzet om tot een goede RIS te komen. In een intensief traject van meer dan een jaar en met inbreng van veel stakeholders is een strategie neergezet die staat als een huis. De RIS is inmiddels verder geoperationaliseerd in de Noordelijke Innovatie Agenda (NIA). De Noord-Nederlandse RIS is als een van de eerste strategieën door Brussel goed gekeurd en heeft ertoe geleid dat het Noord-Nederlandse economische en innovatieprofiel prominent zichtbaar is in Europa.

Deze zichtbaarheid in Europa leidt ertoe dat meerdere regio’s nu interesse tonen voor samenwerking met Noord-Nederland. Dat is ook precies wat Brussel heeft beoogd. De RIS is er niet alleen om in de eigen regio, met een sterke focus op innovatie en dus op economische groei, aan de slag te gaan. Maar de grote kansen liggen juist in de samenwerking tussen regio’s, die elkaar op basis van hun RIS-strategie kunnen vinden.

Pittige uitdaging

Noord-Nederland heeft deze Europese partnerregio’s ook hard nodig om de uitdagingen, die in de NIA zijn benoemd, aan te kunnen. Ze zijn nodig bij het vergroten van het innovatief vermogen en het opvoeren van de snelheid van innovatie, het aanboren van nieuwe markten en het prominent zichtbaar maken van Noord-Nederland in de EU. Ook zijn de Europese partnerregio’s van nut bij het bevorderen van de komst van kennis(werkers) naar Noord-Nederland en het, via internationale partnerschappen, gebruik maken van EU-programma’s en -fondsen.

De Managementautoriteiten (MA’s) lopen in dit proces van Europese regionale samenwerking voorop. Logisch, omdat het EFRO-geld voor de regio’s is gekoppeld aan het RIS-proces. Het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN), de MA voor Noord-Nederland, heeft inmiddels uit veel regio’s verzoeken gekregen om samenwerking te verkennen. Zeer concreet zijn de vragen uit Roemenië (regio Iasi), meerdere regio’s uit Zweden (waaronder Kalmar), maar er zijn ook toenaderingspogingen uit Denemarken, Finland en Letland.

Boeiende vragen

Deze belangstelling voor Noord-Nederland leidt natuurlijk ook tot veel vragen. Hoe kiezen we de juiste regio’s om mee samen te werken? Hoe moeten we de noordelijke economische en kennispartners verbinden aan dit proces? Hoe krijgen we relevante business cases? Hoe moet het proces worden gefinancierd als er nog niet direct business cases zijn? Wat wil Europa financieren? Etcetera, etcetera.
Een inmiddels ingestelde noordelijke werkgroep gaat de antwoorden formuleren. In de komende maanden leidt dit tot een goed afgestemde noordelijke aanpak. In de tussentijd zijn als testcases onder andere de verzoeken uit Roemenië en Zweden wel opgepakt en eerste, goed verlopen verkenningen, hebben plaatsgevonden.

Meer weten?

Bel of mail met Albert Haan, projectmanager.
of 050 52 24 970

« terug naar Actueel