Grondgebonden bedrijf ontzien in nieuwe fosfaatwet

20-12-2016 -
De Tweede Kamer heeft ingestemd met de invoering van fosfaatrechten in 2018 om zo de fosfaatproductie te begrenzen. Het belangrijkste politieke punt in het Kamerdebat over de fosfaatwet was de compensatie voor grondgebonden bedrijven.


Drenthe, Fryslân en Groningen hebben zich de afgelopen jaren hard gemaakt voor een grondgebonden landbouw. Gedeputeerden Staghouwer (Gr), Kramer (Fr) en Jumelet (Dr) volgden daarom op 1 december het fosfaatdebat in de Tweede Kamer.

De Tweede Kamer heeft via een aantal amendementen wijzigingen in het wetsvoorstel aangebracht, waaronder het volledig ontzien van grondgebonden bedrijven. Dit betekent dat melkveehouders, die voor 1 juli 2015 voldoende grond hadden om hun mest op uit te rijden, hun veestapel niet hoeven in te krimpen. Hier hebben de drie noordelijke provincies de afgelopen twee jaar voor gepleit. Dit omdat deze bedrijven het probleem van het fosfaatoverschot niet hebben veroorzaakt. Deze bedrijven hoeven volgens de drie provincies dan ook niet bij te dragen aan de oplossing.

Waardering voor de sector
Met de nieuwe fosfaatwet alleen is de sector er nog niet. De bestuurders hebben waardering voor de sector die zelf met een plan is gekomen om de fosfaatproductie in 2017 omlaag te brengen om zo de derogatie te behouden. Derogatie is de Brusselse uitzonderingspositie die het voor boeren mogelijk maakt om meer stikstof uit mest per hectare toe te passen. De fosfaatwet wordt alleen van kracht als Nederland de derogatie behoudt. De sector heeft aangegeven zoveel mogelijk aan te willen sluiten bij het wetsvoorstel en de vrijstelling voor grondgebonden bedrijven.

Toekomstbestendige landbouw
Groningen, Fryslân en Drenthe dragen zelf ook bij aan een duurzame melkveehouderij. Dit gebeurt onder andere door de Versnellingsagenda Melkveehouderij Noord-Nederland. Hierin werken sector, bedrijfsleven en overheid samen aan een duurzame en natuurinclusieve landbouw. Ook de Commissie Nijpels geeft in haar recente advies aan de Staatssecretaris aan waardering te hebben voor deze aanpak in Noord-Nederland.

« terug naar Actueel