Partners tot nu toe tevreden over G2G-project 'Agro Valley'

19-11-2012 -
Het G2G-project ´Agro Valley´ loopt een jaar en zowel de Noord-Nederlandse partners als de Russiche partners zijn tevreden over het verloop tot nu toe. Zondag 11 november vertrok een Noord-Nederlandse delegatie naar de Russische provincie Leningrad Oblast voor een tussentijds evaluatie. “We wilden in ieder geval weten of de Russische partijen bereid zijn de aanbevelingen voor de tweede helft van het project op te volgen. Die vraag kunnen we nu met 'ja' beantwoorden”, aldus projectcoördinator Ida Doorn van het SNN (Samenwerkingsverband Noord-Nederland). “De betrokkenheid van Russische zijde was groot. Dat bleek bijvoorbeeld uit de aanwezigheid van alle stakeholder bij de midterm evaluatie.”


De Leningrad Oblast - in omvang twee keer zo groot als Nederland - wil de opbrengst van de aardappelteelt verhogen. Het Agro Valley project is bedoeld om Russische provincie daarbij te helpen door de agrarische sector bekend te maken met de succesvolle Nederlandse aanpak in de aardappelteelt. Centraal hierin staat het Gouden Driehoekmodel, waarin overheid, onderzoeksinstituten en bedrijfsleven samenwerken.

Kennis benutten
Het project bestaat uit verschillende onderdelen. Zo hebben wetenschappers van de Wageningen Universiteit onderzocht met welke rassen in Rusland het best geteeld kan worden om de opbrengst te verhogen. Op zes boederijen is een complete teeltanalyse uitgevoerd, van poten tot opslag. Ook zijn er proefvelden aangelegd bij de proefboerderij Kalozhitsy. Een train-de-trainerprogramma moet ervoor zorgen dat zowel de agrarische kennis als de kennis over het organisatiemodel die in het project wordt opgedaan, zich als een olievlek kan verspreiden in de Russische provincie.

Russische investeringen
Belangrijk voor het vervolg van het project is de Russische bereidheid om aanbevelingen over te nemen en in verbetering te investeringen. Deze bereidheid bleek er tijdens de evaluatie te zijn. “Alles wijst op een positief vervolg”, aldus Doorn. “De boeren gaven aan de technische aanbevelingen over te willen nemen. Op de deelnemende boerderijen hebben we laten zien dat met eenvoudige ingrepen die geen geld kosten, al veel bereikt kan worden. Iets dieper poten om ziekten te voorkomen bijvoorbeeld. De eerste resultaten hebben zeker bijgedragen aan de vertrouwensband die begint te ontstaan en waarop we verder kunnen bouwen.”

Enige aarzeling was er bij de Russische delegatieleden nog wel over het train-de-trainerprogramma. Zij vroegen zich af of de vier trainingen van het afgelopen jaar volstonden om voldoende kennis over te kunnen dragen. Doorn is ervan overtuigd dat ook die twijfel nog kan worden weggenomen als de kersverse trainers straks in de praktijk aan de slag gaan met het trainen van nieuwe groepen.

Demonstratiedagen
Dat er een vervolg komt op het train-de-trainerprogramma, staat volgens Doorn na de positieve midterm evalutie vast. “Daarom zijn we ook zo blij met wat hier de afgelopen dagen is gebeurd”, vertelt zij. “We kunnen nu weer verder. Voor volgend jaar staan er bijvoorbeeld een studiereis naar Nederland en twee demonstratiedagen op de proefboerderij Kaloshitsy op het programma. Maar het belangrijkste is uiteraard dat de Leningrad Oblast zelf verder kan gaan met het implementeren van de aanbevelingen.”

Noord-Nederlands belang
Het vervolg van Agro Valley is ook voor Noord-Nederlandse bedrijven van belang. Het is in Rusland essentieel op het overheidsniveau relaties te hebben om kansen te creëren. Via de agrosector zelf is het lastig om een voet aan de grond te krijgen. Het G2G-project biedt Noord-Nederlandse bedrijven de mogelijkheid om via de overheid met de hele agrarische sector in contact te komen. Het SNN-project wordt om die reden ook gefinancierd door het ministerie van EL&I.

« terug naar Actueel