In 2007 was er de grote teleurstelling over het afblazen van de Zuiderzeelijn. 2008 stond in het teken van onderhandelingen over de compensatie. Het heeft geresulteerd in het convenant Regiospecifiek Pakket.

2.1

Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn

Op 23 juni 2008 is het convenant ondertekend door de minister van Verkeer en Waterstaat, de voorzitter van de Stuurgroep Zuiderzeelijn en gedeputeerden van de provincies Fryslân, Drenthe, Groningen en Flevoland. Het pakket omvat samenhangende projecten om de economie en de bereikbaarheid van het Noorden te versterken.

Het RSP loopt tot 2020 en is bedoeld voor Noord-Nederland en de Noordoostpolder. De regie voor het RSP ligt zo veel mogelijk bij de regio. Het totale budget bedraagt ruim 3 miljard euro, waaraan het Rijk in totaal 2.160 miljoen euro bijdraagt.

Het RSP bestaat uit drie onderdelen: een ruimtelijk-economisch programma, concrete bereikbaarheidsprojecten en een regionaal mobiliteitsfonds. Verder worden versnellingsmaatregelen op het noordelijke kernnet spoor uitgevoerd.

Ruimtelijk economisch programma

Het ruimtelijk-economische programma (REP) loopt tot 2020. Het totale budget is 600 miljoen euro.
Hiervan is 300 miljoen euro afkomstig van het Rijk, 100 miljoen euro van de regionale overheid en 200 miljoen euro van kennisinstellingen en markt-partijen. Deze bedragen zijn voor Noord-Nederland en de Noordoostpolder.

De 300 miljoen van het Rijk bestaat uit twee delen. Over het rijksdeel (150 miljoen) beslist het Ministerie van EZ zelf. Regio en EZ dragen voor dit deel de komende jaren gezamenlijk enkele grote projecten aan. Daarnaast is er een regionaal deel (150 miljoen euro, waarvan 24 miljoen euro voor Flevoland), waar de regio regie over heeft. Het rijksdeel zal, zoals het er nu naar uitziet, worden besteed aan enkele grote projecten van nationale betekenis. De invulling van het regionale deel van het REP wordt afgestemd op Koers Noord en OP-Noord. In de loop van 2009 komt hier meer duidelijkheid over.

Concrete bereikbaarheidsprojecten

In het RSP zijn voor Noord-Nederland vier concrete bereikbaarheidsprojecten benoemd (en één voor Flevoland). Het ligt in de planning om vóór de zomer van 2010 tot projectbesluiten te komen.

1. A7 Zuidelijke Ringweg Groningen, fase 2

Voor het verbeteren van de zuidelijke ringweg bij de stad Groningen is in totaal 574 miljoen euro beschikbaar (projectraming: 624 miljoen euro).
Hiervan komt 200 miljoen euro uit de reguliere begroting. Gestreefd wordt naar het vaststellen van een voorkeursvariant, inclusief taakstellend budget, in het voorjaar van 2009. Het Rijk neemt zo spoedig mogelijk hierna een planstudiebesluit.

2. Bereikbaarheid Leeuwarden

Er is 197 miljoen euro beschikbaar om Leeuwarden beter bereikbaar te maken (projectraming: 222 miljoen euro). Het project omvat de meerkosten voor een aquaduct in de ‘Haak om Leeuwarden’, de Westelijke invalsweg en het Drachtstercomplex (de invalsweg aan de zuidoostkant van Leeuwarden).

3. Bereikbaarheid Assen

Ook voor een betere bereikbaarheid van Assen is 186 miljoen euro beschikbaar (projectraming: 222 miljoen euro). Het project draagt de meerkosten voor een half klaverblad met fly-over bij de N33 en het project FlorijnAs, een grootschalig programma op de belangrijkste binnenstedelijke noord-zuidroute in Assen.

4. Openbaar Vervoer

Voor het verbeteren van het openbaar vervoer in het Noorden is 300 miljoen euro beschikbaar.
Hieruit wordt onder andere betaald: een gedeeltelijke uitbreiding van het spoor Leeuwarden-Groningen, het verbeteren van het treinstation bij Assen, aanleg van het treinstation Leeuwarden-Werpsterhoek, het reactiveren van het spoor naar Veendam, het opwaarderen van de stations op de Groningse nevenlijnen, de aanleg van infrastructuur voor Q-Liners en HOV-bus (hoogwaardig busvervoer) en de aanleg van busstations en transferia in de regio Groningen-Assen.

Rijk en regio hebben afgesproken deze concrete bereikbaarheidsprojecten uit te voeren voor 1,1 miljard euro. De onderliggende projectramingen tellen echter op tot 1,2 miljard euro.
Naar verwachting kan het verschil van 100 miljoen euro worden inverdiend. In het convenant zijn hiervoor de mogelijkheden genoemd. De in te verdienen middelen komen ten goede aan het Regionaal Mobiliteitsfonds.

Regionaal Mobiliteitsfonds

Voor (toekomstige) projecten wordt een Regionaal Mobiliteitsfonds (RMf) opgericht. Het Rijk draagt hieraan 500 miljoen euro bij. Van de regionale overheden wordt verwacht dat zij minimaal 470 miljoen euro inleggen. In het Regionaal Mobiliteitsfonds zijn de onderstaande projecten opgenomen:

  • Bereikbaarheid gebiedsontwikkeling
    Emmen-centrum
  • Bereikbaarheid gebiedsontwikkeling Groningen
    Centrale Zone
  • Bereikbaarheid gebiedsontwikkeling Heerenveen
  • Bereikbaarheid Lauwersmeergebied
  • Bereikbaarheid Veenkoloniën
  • Spoorlijn Heerenveen-Drachten-Groningen
  • Spoorlijn Zwolle-Coevorden/Emmen
  • Kolibrie ‘overig’
  • A7-knooppunt Joure
  • Traverse N31 en gebiedsontwikkeling Harlingen
  • Gebiedsontwikkeling Noordoost-Fryslân/Centrale as

De onderliggende projectramingen tellen op tot bijna 1,5 miljard euro, terwijl het fonds circa 970 miljoen euro gaat bevatten. Het zal dus een flinke opgave worden om dit verschil weg te werken.

2.2

Bestuurscommissies

Bestuurscommissie Economische Zaken

De Bestuurscommissie Economische Zaken richt zich op de noordelijke strategiebepaling op economisch terrein, inclusief recreatie, toerisme en arbeidsmarkt. De commissie heeft van het Dagelijks Bestuur het mandaat gekregen besluiten te nemen over subsidieaanvragen binnen Koers Noord en OP-Noord. Verder stuurt de bestuurscommissie EZ het Ruimtelijk Economisch Programma van het RSP aan.

Tenders mkb

Innovatie is cruciaal voor het versterken van de positie van het mkb in Noord-Nederland.
Om innovatie te stimuleren, heeft de Bestuurscommissie EZ in november 2007 besloten drie tenders (aanbestedingen) op te zetten voor de belangrijkste thema’s. De tender ‘kennistransfer’ maakt de expertise van kennisinstellingen meer toegankelijk voor het mkb. Doel van de tender ‘risicofinanciering’ is het uitbreiden van de financieringsmogelijkheden voor innovatieve ideeën en nieuwe talenten.
De tender ‘exportbevordering’ is gericht op het vergroten van het aantal exporterende bedrijven en het ontsluiten van nieuwe markten.

De tenders moeten stimuleren dat meerjarige en meer omvattende projecten worden uitgevoerd waarin diverse partijen zo veel mogelijk samenwerken. Dit voorkomt versnippering van geld en aandacht. Een extern bureau is ingeschakeld om de tenders verder te ontwikkelen en te begeleiden.

Uitwerking REP/RSP

Een goede bereikbaarheid is van levensbelang voor de noordelijke economie. Het convenant Regiospecifiek Pakket bevat afspraken over het verbeteren van de bereikbaarheid en over het Ruimtelijk Economisch Programma (REP). Het REP is bedoeld om kansrijke sectoren en de ruimtelijk-economische structuur te versterken. Noord-Nederland heeft de zeggenschap gekregen over een deel van de middelen van het REP.

Herpositionering rijksdiensten

Uit efficiencyoverwegingen kiest het Rijk er steeds vaker voor rijksdiensten te concentreren en centraliseren in de Randstad. Dit gaat in tegen de afspraken uit het vroegere Langman-akkoord om de rijksdiensten meer over het land te spreiden. De kansen die het Noorden biedt, worden hierdoor onvoldoende benut. Met het Rijk is afgesproken om goed contact te houden over de plannen en wensen van rijksdiensten in de regio. Kansen liggen er in het aanbieden van faciliteiten voor flexibele werkplekken en mogelijkheden voor massawerk.

Subsidieregelingen voor ondernemers

In 2008 liepen er twee subsidieregelingen voor individuele ondernemingen: IPR en NIOF.
Halverwege het jaar zijn beide regelingen geëvalueerd. De Bestuurscommissie EZ heeft hierbij advies gevraagd aan de werkgroep Programmabeheer (PBH). Deze werkgroep adviseerde de NIOF te behouden als aanvullend instrument voor de stimulering van het mkb, maar was verdeeld over het belang van de IPR.
De bestuurscommissie heeft het advies over de NIOF overgenomen en besloten de IPR meer af te stemmen op het BSRI (Besluit subsidies regionale investeringsprojecten).

Bestuurscommissie Stedelijke Ontwikkeling en Mobiliteit

De voornaamste taken van de Bestuurscommissie Stedelijke Ontwikkeling en Mobiliteit (SOM) zijn het bestuurlijk overleg MIRT en de sturing van het onderdeel bereikbaarheid van het RSP. De bestuurscommissie SOM bestaat uit de gedeputeerden van Verkeer & Vervoer en Ruimtelijke Ordening en de verantwoordelijke wethouders van de vier grote steden.

Bestuurlijk overleg MIRT

Sinds het aantreden van het kabinet Balkenende-IV is het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport verbreed. Het MIRT gaat nu niet meer alleen over infrastructuur, maar bijvoorbeeld ook over nieuwe woongebieden (VROM), bedrijventerreinen (EZ) en natuur en landschap (LNV).
Dit moet leiden tot een meer samenhangende, gebiedsgerichte inzet van rijksmiddelen en een betere samenwerking tussen Rijk en regio.
In het kader van de ‘Mobiliteitsaanpak’ kwam er in 2008 nieuwe budget beschikbaar voor het regionale openbaar vervoer (Q-Liners en treinen) en voor een aantal vaarwegen en binnenhavens.
Het Rijk rapporteert over de uitkomst van de bestuurlijke overleggen aan de Tweede Kamer. In enkele gevallen leidde de kamerbehandeling tot moties en begrotingsamendementen in het voordeel van Noordelijke infrastructuurprojecten, zoals de Meppelerdiepsluis, de vaarweg Harlingen-Kornwerderzand en de spoorlijn Leeuwarden-Sneek.

2.3

Europese Unie

Open dagen

Noord-Nederland heeft enthousiast meegedaan aan de zesde editie van de Open Dagen van de Europese Unie, die in 2008 in oktober werden gehouden.
Europese regio’s en steden presenteren zich hierbij aan het grote publiek. De Open Dagen zijn uitgegroeid tot belangrijk jaarlijks trefpunt voor beleidsmakers op Europees en regionaal niveau, vertegenwoordigers en deskundigen van het bankwezen, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties.

Het Noorden participeerde in 2008 in Brussel in een consortium van tien regio’s uit zeven landen, dat workshops organiseerde over klimaatverandering. Hiervoor was veel belangstelling.
Opvallende aanwezige was Jirzy Buzek, voormalig premier van Polen en lid van het Europees parlement. Buzek heeft de uitkomsten van de workshops ingebracht in de VN-klimaatconferentie die in december in Polen werd gehouden. Deze conferentie gold als voorbereiding op de klimaattop van 2009 in Kopenhagen. Daarnaast hebben we in Groningen een regionaal congres gehouden, waarbij we ook toonaangevende projecten op het gebied van energie hebben gepresenteerd.

In 2009 gaan we ons op de Open Dagen richten op de samenwerking tussen het Baltische en het Noordzeegebied.

Landbouwbeleid

De EU heeft een tussentijdse evaluatie uitgevoerd van de landbouwhervormingen waartoe in 2003 was besloten. In deze ‘Health Check’ zijn voorstellen gedaan voor verdere geleidelijke vermindering van de inkomenssteun en productiesteun.
De vrijkomende middelen worden vooral besteed aan water en klimaatgevolgen. Ook zijn de mogelijkheden verruimd voor natuurontwikkeling en landschapsbeheer. Hierover is in november 2008 een akkoord bereikt. Hierbij is de wens van de provincies gehonoreerd om een extra deel van de middelen te besteden aan plattelandsontwikkeling.

Begrotingsherziening 2013

Als gezamenlijke provincies hebben we voorbereidende discussies gevoerd over de budget review, de herziening van de begroting van de EU na 2013.
Hierbij staan vooral de regionale fondsen voor de rijkere lidstaten en het landbouwbudget onder hevige druk. De discussie spitst zich toe op de vraag of Europa zich niet meer zou moeten concentreren op klimaatverandering, energiepolitiek en ontvolking van het platteland.

Cohesiebeleid na 2013

Met de publicatie van een Groenboek heeft de Europese Commissie in 2008 het debat over territoriale cohesie op gang gebracht. De uitkomst van deze discussie wordt gebruikt bij het vormgeven van het Cohesiebeleid voor de periode na 2013. Als SNN hebben we op diverse podia een bijdrage aan deze discussie geleverd.

2.4

Portefeuillehoudersoverleggen

In de portefeuillehoudersoverleggen is per provincie één gedeputeerde vertegenwoordigd. De voorzitters van deze overleggen leggen verantwoording af aan het bestuur. De bestuurlijke samenstelling van deze overleggen is opgenomen in bijlage 1.

Thema Landelijk gebied

Nederland telt 162 unieke natuurgebieden die behoren bij het Europese netwerk Natura-2000. Een kwart daarvan ligt in Noord-Nederland. Het portefeuillehoudersoverleg Landelijk Gebied heeft in 2008 onder andere gesproken over de beheerplannen voor de Natura-2000-gebieden. Aan de orde kwamen verder projecten voor investeren in het landschap en de provinciale meerjarenprogramma’s. Speciale SNN-adviseur voor Landbouw en Agri-business, prof. dr. Rabbinge, heeft onder andere een toelichting gegeven op het onderwerp Bio-based Economy.

Thema Europa

Hoe zetten we Noord-Nederland in Europa nog beter op de kaart? Hoe kunnen we de samenwerking met andere Europese regio’s bevorderen en verbeteren? Hierom draait het in het gebundelde portefeuillehoudersoverleg voor Europa en de Noordelijke Ontwikkelingsas. Er wordt onder andere gesproken over hoe de belangen van Noord-Nederland kunnen worden behartigd in Brussel, met onze Duitse partners vlak over de grens en met partners elders in Europa. Ook de lobbyisten in Brussel nemen aan het overleg deel. Actuele onderwerpen in 2008 waren de voorbereiding op de begrotingsherziening van de EU na 2013 (met gevolgen voor de landbouwfondsen, voor Klimaat en Energie en voor de mogelijkheden van de diverse Europese programma’s), het initiatief van het ministerie van Binnenlandse Zaken voor het verbeteren van de grensoverschrijdende samenwerking, de gezamenlijke reactie met de NHI-partners op het Groenboek Territoriale Cohesie en het verbeteren van de interregionale samenwerking.

Thema NOA

Het overleg NOA is in 2008 viermaal bijeen geweest om over uiteenlopende zaken van het actieplan NOA 2008 te praten. De uitvoering van het Actieprogramma NOA is in handen van de projectorganisatie Nordconnect.
Er is aandacht besteed aan het actieplan 2009, de Nordconnect Trial, een mogelijk te organiseren Nordconnect-congres en de handelsmissies die in samenwerking met de Kamer van Koophandel worden georganiseerd.

Thema Klimaat en Energie

Het portefeuillehoudersoverleg Klimaat en Energie heeft in 2008 vijfmaal vergaderd. Gesproken is onder andere over de voortgang van het Energieakkoord Noord-Nederland, Energy Valley en andere onderwerpen op het gebied van energie.
Belangrijke mijlpaal in 2008 was de medeonder-tekening van het Energieakkoord Noord-Nederland door de noordelijke gemeenten, MKB-Noord en VNO-NCW-Noord.