Het Noorden wil zijn economie versterken.
Als SNN bieden we subsidiemogelijkheden aan individuele ondernemers, clusters van bedrijven, overheden, kennisinstellingen en intermediairs. Deze subsidiegelden komen uit de economische programma’s die wij als managementautoriteit uitvoeren.

3.1

Koers Noord, Op weg naar Pieken

Pieken in de Delta

In 2006 kwam een einde aan het regionale steunbeleid. Dat beleid ging volgens de rijksoverheid te veel uit van de zwakten. Het accent zou juist moeten liggen op de krachten van elke regio. Vandaar de beleidskeuze voor een gebiedsgerichte economische agenda: Pieken in de Delta. Doel is het versterken van ‘pieken’. Hiermee draagt EZ bij aan de ambitie om van Nederland een concurrerende en dynamische economie te maken in een sterk en innovatief Europa. Pieken in de Delta is uitgewerkt in zes gebiedsgerichte programma’s voor de periode 2006-2010.

Koers Noord

Het gebiedsprogramma voor Noord-Nederland is: Koers Noord, Op weg naar Pieken.
Er zijn vier Pieken benoemd:

  • Energie
  • Water
  • Sensortechnologie
  • Agri-business

Voor de periode 2007-2010 heeft EZ circa 80 miljoen euro beschikbaar gesteld om deze Pieken in Groningen, Fryslân en Drenthe te versterken.
Het programma wordt in Noord-Nederland door ons uitgevoerd. Dat is een unieke situatie, want in de rest van Nederland wordt het beleid uitgevoerd door EZ zelf of door SenterNovem.
Bovenop de 80 miljoen euro investeren we zelf 40 miljoen euro uit de bron Transitie, voor het versterken van drie speerpuntsectoren:

  • Life sciences
  • Toerisme
  • Mkb (expert, innovatie, opleidingen)

Veelbelovende start

Was 2007 een aanloopjaar, in 2008 is Koers Noord echt van start gegaan. Er is inmiddels een veelbelovende projectenlijst opgebouwd, met enkele grote high-tech-projecten met forse investeringen.

Eén aanvraag, minder regeldruk

De subsidieprocedures voor Koers Noord en OP-Noord zijn samengevoegd. Daardoor hoeven ondernemers nog maar één aanvraag te doen.
Ook dit is uniek voor Nederland. In 2009 onderzoeken we samen met EZ of we de regeldruk voor het bedrijfsleven nog verder kunnen verlagen. Denk daarbij aan het vereenvoudigen van het aanvraag-formulier en de controles.

Kengetallen Koers Noord 2008

FinancieringsbronPieken in de DeltaTransitie
Totaal budget€ 80.000.000€ 40.000.000
Aantal aanvragen in 200868
Toegekend/afgewezen/in behandeling4/1/16/1/1
Totaal toegekend bedrag€ 10.491.000€ 9.063.000
Gemiddeld toegekend bedrag€ 2.622.750€ 1.510.100

Afbeelding 1. Attractieve regio’s Noord-Nederland

Attractieve regio’s Noord-Nederland

3.2

Regionale concurrentiekracht

Noord-Nederland ontwikkelt zich volop naar een moderne kenniseconomie. Dat betekent: innovatie en technologische ontwikkeling. Maar ook: versterking van het platteland en de stedelijke gebieden. Uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) is hiervoor 170 miljoen euro beschikbaar gesteld.
EZ draagt nog eens 80 miljoen euro bij. De financiële steun geldt voor de programmaperiode 2007-2013.

Het zogenoemde Operationeel Programma Noord (OP-Noord) kent drie prioriteiten:

  • innovatie, ondernemerschap en kenniseconomie
  • attractieve regio’s
  • attractieve steden

Hoe loopt het?

In 2008 hadden veel aanvragen betrekking op de eerste prioriteit. De aanvragen voor de overige twee bleven achter bij de verwachtingen. Voor een deel heeft dit te maken met onbekendheid. Vandaar dat het SNN samen de provincies meer aan promotie gaat doen.
Daarnaast gaat het vaak om omvangrijke projecten met een lange aanlooptijd. Vaak duurt het enige jaren voordat een subsidieaanvraag de deur uit kan. Het is daarom nog te vroeg om conclusies te trekken.

Kengetallen OP-Noord 2008

FinancieringsbronEFROEZ
Totaal budget€ 169.400.000€ 80.031.000
Aantal aanvragen in 2008345
Toegekend/afgewezen/in behandeling21/4/94/0/1
Totaal toegekend bedrag€ 49.998.000€ 9.063.000
Gemiddeld toegekend bedrag€ 2.380.000€ 2.265.750

3.3

Interreg

Een duurzame en kwalitatief aantrekkelijke verbetering van de ruimtelijke structuur. Dat is het doel van het Europese subsidieprogramma voor ruimtelijke en regionale ontwikkeling: Interreg. In aanmerking komen creatieve, vernieuwende projecten, uitgevoerd door partners uit ten minste twee verschillende landen. De EU vergoedt 50 of 75 procent van de kosten. Het geld voor Interreg komt uit het Europees Fonds voor de Regionale Ontwikkeling (EFRO) en wordt besteed aan de kwalitatief beste projecten.

Interreg is gericht op drie verschillende vormen van samenwerking:

  1. grensoverschrijdende samenwerking
  2. transnationale samenwerking
  3. interregionale samenwerking

Noorden actief in Noordwest-Europa

Voor Noord-Nederland gaat het om het Eems Dollard Regio-programma, het Noordzeeprogramma en het transnationale programma. De Interreg-programma’s zijn voor het SNN een belangrijk instrument om de Noordelijke ontwikkelingsas verder vorm en inhoud te geven. Dat betekent dat wij vooral willen participeren in projecten die passen in de Interreg-programma’s voor de Noordzee en de Baltische Zee.

In 2008 zijn voor het Interreg-programma voor Noordwest-Europa en de Noordzeeregio in totaal 28 projecten goedgekeurd.
Bij maar liefst 14 projecten is Noord-Nederland betrokken (zie tabel 3.1). Dit cijfer illustreert hoe actief Noord-Nederland op dit gebied is.

Tabel 3.1

Goedgekeurde projecten Interreg-programma voor Noordwest-Europa en Noordzeeregio met Noord-Nederlandse inbreng

PrioriteitProjecten
1. verhogen innovatieve capaciteit4
2. duurzaam beheer milieu4
3. betere toegankelijkheid1
4. krimp- en groeigebieden5
14

Enkele voorbeelden van de goedgekeurde projecten:

  • onderzoek naar mogelijkheden voor nieuwe breedbandtoepassingen
  • stimuleren van elektronische dienstverlening voor burgers
  • onderzoek naar waterbeheer in landbouw, rekening houdend met klimaatsveranderingen
  • eilanden zelfvoorzienend maken op het gebied van water, energie en materiaalgebruik
  • ontwikkelen en op elkaar afstemmen van terminals en containeroverslagplaatsen
  • tegengaan van neerwaartse spiraal van vergrijzing en ontgroening voor platteland
  • optimaal benutten van vaarnetwerk rond de Noordzee

3.4

Succesvol voltooide programma’s

Kompas voor het Noorden (2000-2006)

Dit subsidieprogramma was gericht op het verkleinen van de achterstand die het Noorden had ten opzichte van de rest van Nederland. De economische groei moest hand in hand gaan met het behouden en versterken van de natuurlijke en landschappelijke waarden en het milieu. De thematiek van Kompas voor het Noorden (door EZ gefinancierd) was bijna gelijk aan het EFRO-programma EPD. Daardoor was het mogelijk dat bepaalde projecten deels werden gesubsidieerd vanuit het Kompas, en deels vanuit EPD. Initiatiefnemers hoefden maar één aanvraag te doen.

Kengetallen EZ-Kompas voor het Noorden (2000-2006)

Totaal budget€ 414.280.000
Totaal aantal aanvragen361
Totaal aantal eindafrekeningen201
Totaal toegekend bedrag€ 425.139.000
Gemiddeld toegekend bedrag€ 2.115.119

EPD

Het Europese programma EPD was de voorganger van OP-Noord. Het EPD liep van 2000 tot en met 2006, met een uitloop voor de uitvoering tot 2008.
Dit programma heeft diverse grote projecten in Noord-Nederland mogelijk gemaakt op het gebied van infrastructuur en innovatie. Zo is er geld gestoken in de aanleg en revitalisering van bedrijventerreinen, de aanleg van fietspaden, het verbeteren van de Friese meren, het uitbreiden van havens, het verbeteren van stationslocaties en het ondersteunen van musea.
Daarnaast waren er projecten waarbij het bedrijfsleven samenwerkte met een hbo-instelling of universiteit, gericht op innovatie.
Hiermee is de basis gelegd voor de latere ‘pieken’.

Kengetallen EPD (2000-2006)

FinancieringsbronDoelstelling-2Phasing Out
Totaal budget€ 341.580.000€ 15.020.000
Totaal aantal aanvragen22934
Totaal aantal eindafrekeningen10118
Totaal toegekend bedrag€ 400.951.000€ 16.552.000
Gemiddeld toegekend bedrag€ 3.969.811€ 919.555

LEADER+

Het Europese programma LEADER+ liep van 2000 tot 2006. De projecten konden nog worden uitgevoerd tot 2008. LEADER+ werd wel de kraamkamer voor nieuw plattelandsbeleid genoemd.
Initiatiefnemers zoals private partijen, plaatselijke verenigingen, provincies en gemeenten konden subsidie vanuit EFRO krijgen voor sociaal-economische projecten gericht op het ontwikkelen van het platte-land. Noord-Nederland was hierbij onderverdeeld in acht gebieden. LEADER+ heeft op het gebied van leefbaarheid, toerisme en landbouw de nodige aansprekende resultaten bereikt.

Kengetallen LEADER+ (2000-2006)

Totaal budget€ 25.502.541
Totaal aantal aanvragen384
Totaal aantal eindafrekeningen314
Totaal toegekend bedrag€ 28.409.000
Gemiddeld toegekend bedrag€ 90.475

3.5

Subsidieregelingen voor het mkb

Per januari 2008 voert het SNN twee nieuwe subsidieregelingen uit voor individuele bedrijven: de NIOF 2008 en de IPR 2008. Deze regelingen worden gefinancierd vanuit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) en Pieken in de Delta. In oktober 2008 is voor toeristische ondernemers in Drenthe de Subsidieregeling Toerisme Natuurlijk! (STINAT) in werking getreden, gefinancierd vanuit OP-Noord en de provincie Drenthe.

Noordelijke Innovatie Ondersteuningsfaciliteit (NIOF 2008)

De NIOF 2008 is bedoeld voor (om) mkb’ers met goede ideeën te ondersteunen. Denk bijvoorbeeld aan het inhuren van extern advies voor productontwikkeling, marktverkenningen, haalbaarheidsonderzoek en bedrijfsovername. Maar ook voor het implementeren van een ontwikkelingstraject of het in dienst nemen van een kennisdrager is subsidie beschikbaar. De regelingen financieren niet de volledige projectkosten, maar geven de ondernemers een steuntje in de rug, zodat zij zich sneller kunnen ontwikkelen. De NIOF 2008 had een budget van 10 miljoen euro. Besloten is om de looptijd van deze regeling te verlengen tot eind december 2009. Voor 2009 is 8 miljoen euro extra beschikbaar gesteld.

Investeringspremieregeling (IPR 2008)

De IPR is bedoeld om de werkgelegenheid in Noord-Nederland op peil te houden en waar mogelijk te vergroten. De IPR 2008 ondersteunt stuwende bedrijven die zich gaan vestigen of fysiek gaan uitbreiden in een van de zogenaamde steunkaartgebieden van Noord-Nederland. Stuwende bedrijven zijn ondernemingen waarvan de omzet voor 50 procent of meer van buiten Noord-Nederland komt. De ondernemers kunnen subsidie aanvragen voor de investeringen zelf (in bedrijfsgebouwen, duurzame bedrijfsuitrusting en immateriële activa) of voor de loonkosten van arbeidsplaatsen die rechtstreeks door het investeringsproject ontstaan. De IPR 2008 had aanvankelijk een budget van 9 miljoen euro. In oktober 2008 is het budget met 6,5 miljoen euro verhoogd. Er kwamen namelijk meer aanvragen binnen dan verwacht. De regeling is eind 2008 omgevormd tot een meer op het BSRI afgestemde decentrale regeling.

STINAT

Sinds oktober 2008 kunnen bestaande toeristische ondernemers in Drenthe aanvragen indienen voor de Subsidieregeling Toerisme Natuurlijk! Drenthe 2008-2010 (STINAT). Wij voeren deze regeling uit voor de provincie Drenthe. Onder andere hotels, campings en recreatieparken krijgen de kans om de voorzieningen aan te passen aan de hedendaagse eisen van de toerist. De regeling ondersteunt twee soorten projecten die de samenhang tussen natuur, landschap en recreatie versterken: adviesprojecten en kwaliteitsverbeteringsprojecten. Het totale budget bedraagt voor de gehele periode 7,5 miljoen euro. De maximumsubsidie is 100.000 euro per project.

Kengetallen

Voor NIOF 2008, IPR 2008 en STINAT hebben we in 2008 in totaal 646 aanvragen ontvangen (zie tabel). Hiervan zijn 242 gehonoreerd en 124 afgewezen. Eind 2008 waren 280 aanvragen nog in behandeling.

Aanvragen subsidieregelingen 2008

RegelingAanvragenVerleendAfgewezenIn behandeling
NIOF 2008548231100217
IPR 200880112346
STINAT180117
Totaal646242124280

Afgesloten regelingen

Met het beëindigen van Kompas voor het Noorden zijn ook zes subsidieregelingen voor individuele bedrijven beëindigd: IPR, LPR, NIOF, HRM, KITS en KITO. Hiervoor konden in 2008 geen aanvragen meer worden ingediend.

Aanvragen subsidieregelingen 2000-2007

RegelingAanvragenGemiddelde subsidie
IPR1.089€ 450.000
LPR69€ 190.000
NIOF5.630€ 13.000
HRM844€ 6.500
KITS1.140€ 45.000
KITO301€ 25.000
Totaal9.073

Nieuwe, klantgerichte werkwijze

In 2008 hebben we onze werkwijze veranderd.
We treden meer naar buiten om voorlichting te geven over de subsidiemogelijkheden. Ook nemen we voortaan sneller en vaker contact op met de aanvragende bedrijven. Die nieuwe aanpak heeft belangrijke voordelen. We krijgen duidelijkheid over de aanvraag, ervaren wat er met het subsidiegeld is gebeurd en krijgen feedback op het beleid en onze dienstverlening. Ook proberen we het aanvragen van subsidies te vereenvoudigen. Deze klantgerichte en efficiënte aanpak gaan we in 2009 verder uitwerken.

3.6

Bezwaar- en beroepschriften

Bezwaarschriften

In 2008 zijn in totaal 104 bezwaarschriften binnengekomen (zie tabel 3.2). Het aantal bezwaarschriften is, na uitschieters in 2006 (138) en 2007 (119), nu weer op het niveau van 2004 (zie tabel 3.3).

Tabel 3.2

Aantal ingediende bezwaren in 2008

RegelingBezwaren
IPR10
KITS13
NIOF54
HRM10
LPR1
KITO1
KOMPAS8
LEADER7
UIL-NN0
Totaal104

Er zijn 122 bezwaarschriften afgehandeld, net zo veel als in 2007. Van de afgehandelde bezwaarschriften waren 28 nog afkomstig uit 2007. Tien bezwaren uit 2008 zijn voor afhandeling doorgeschoven naar 2009. Als gevolg van de aangepaste handelswijze bij het SNN werden meer bezwaren sneller afgehandeld. Na binnenkomst van een bezwaar bekijkt de behandelaar nu of er aanleiding is om het besluit (deels) te herzien.

De externe adviescommissie hoefde hierdoor en door het lagere aantal bezwaren, minder vaak bijeen te komen dan in voorgaande jaren.
In 2008 is de externe adviescommissie 17 keer bijeen geweest voor een hoorzitting. Per keer zijn twee tot vier bezwaarschriften afgehandeld. In vrijwel alle gevallen is het gelukt de wettelijke afhandelingstermijn te halen.

Beroepen

Het aantal ingestelde beroepen is in 2008 sterk gedaald. In totaal zijn slechts vier beroepen ingesteld tegen besluiten op bezwaar. Dit is niet alleen absoluut gezien een laag cijfer, maar ook afgezet tegen het aantal bezwaren (zie tabel 3.3).

Tabel 3.3: Bezwaren en beroepen, 2000-2008

Aantal bezwarenAantal beroepenPercentage beroepen
200088445%
20018813148%
2002718113%
20038813148%
200410117168%
200511318133%
200613823166%
200711913109%
2008104426%

Hoger beroep

In 2008 is twee keer hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank. Ook dit is een laag cijfer. Eén keer is een hoger beroep ingetrokken door de tegenpartij. Het andere hoger beroep liep nog per 1 januari 2009.
De Raad van State heeft in 2008 in drie zaken uit 2007 uitspraak gedaan. Het SNN is in twee van de drie zaken in het gelijk gesteld.

Wob-verzoeken

In 2008 is één verzoek ingevolge de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) behandeld.

Conclusies

Het aantal bezwaren is in 2008 enigszins gedaald ten opzichte van 2007 en 2006, en is terug op het niveau van 2004. Het aantal ingestelde beroepen tegen besluiten op bezwaar is enorm gedaald in 2008, zowel in relatieve als in absolute zin.

3.7

Nationaal Actieplan EFRO

Op verzoek van de Europese Commissie heeft Nederland in 2007 het Nationaal Actieplan EFRO uitgevoerd (zie ook paragraaf 1.3).
Dit plan bestond uit twee delen: het aanscherpen van de interne controles bij het toekennen en controleren van EFRO-subsidies en het uitvoeren van een steekproef bij 179 projecten in heel Nederland over de periode 2000-2006. Tot de steekproef behoorden 57 projecten uit Noord-Nederland.

Begin december 2007 bracht ADEZ, de accountantsdienst van EZ, een rapport uit met voorlopige bevindingen. Nog net voor de jaarwisseling hebben we hierop onze reactie gegeven. Vanwege het ontbreken van gegevens had ADEZ veel projecten, in onze ogen onterecht, als ‘niet-subsidiabel’ aangemerkt.
Veel van de bevindingen konden we weerleggen. Vervolgens hebben we in de eerste maanden van 2008 in ‘verweersessies’ met EZ en ADEZ de laatste hobbels gladgestreken. In maart heeft EZ haar eindrapport bij de Europese Commissie ingediend, inclusief het kortingsvoorstel.
Over ons aandeel hierin hebben we in april 2008 met het Rijk overeenstemming bereikt. Het Rijk is nog in onderhandeling met de Europese Commissie over de hoogte van de mogelijke korting.