Geconsolideerde balans per 31 december 2008

Bedragen in € 1000

Activa31-12-200831-12-2007
Vaste activa
immateriële activa--
materiële activa619404
Totaal vaste activa619404
Vlottende activa
voorraden--
vorderingen405.042490.376
rekeningen-courant Groningen207.990166.304
kas SNN - UO1-
Totaal vlottende activa613.033656.680
Totaal activa613.652657.084
Passiva31-12-200831-12-2007
Eigen vermogen
algemene reserves27.93728.751
Totaal eigen vermogen27.93728.751
Voorzieningen
toekenningen8.7761.110
Totaal voorzieningen8.7761.110
Langlopende schulden
vooruitontvangen bedragen235.268210.112
Totaal langlopende schulden235.268210.112
Kortlopende schulden
openstaande toekenningen334.890415.260
tussenrekening betalingen5.853-
rekening-courant Overijssel19731
crediteuren9091.120
Totaal kortlopende schulden341.671417.111
Totaal passiva613.652657.084

Geconsolideerde resultatenrekening 2008

Bedragen in € 1000

Realisatie 2008
lastenbatensaldo
Projecten
Beschikbare budgetten
Rijk3.20177.20073.999
Europese Commissie6.7760-6.776
overige000
Toekenningen
toekenningen aan projecten87.7900-87.790
vrijval op toekenningen041.28941.289
mutaties vooruitontvangen bedragen111.22286.622-24.600
Subtotaal projecten208.989205.111-3.878
Algemeen
Bijdragen in uitvoeringskosten
Rijk06.0016.001
Europese Commissie06.7766.776
provincies01.6311.631
gemeenten0350350
overige0271271
Kosten
uitvoeringskosten7.7960-7.796
overige kosten1.1510-1.151
rente en koersverschillen2958.4358.140
mutaties voorzieningen12.8471.697-11.150
Subtotaal algemeen22.08925.1613.072
Resultaat voor bestemming231.078230.272-806
mutaties reserves2.3713.177806
Resultaat na bestemming233.449233.4490
Begroting 2008
lastenbatensaldo
Projecten
Beschikbare budgetten
Rijk020.00020.000
Europese Commissie000
overige000
Toekenningen
toekenningen aan projecten101.2730-101.273
vrijval op toekenningen028.76528.765
mutaties vooruitontvangen bedragen36.92689.43452.508
Subtotaal projecten138.199138.1990
Algemeen
Bijdragen in uitvoeringskosten
Rijk06.0016.001
Europese Commissie06.7766.776
provincies01.6311.631
gemeenten0350350
overige0770770
Kosten
uitvoeringskosten7.4300-7.430
overige kosten000
rente en koersverschillen06.9846.984
mutaties voorzieningen8.0980-8.098
Subtotaal algemeen15.52822.5126.984
Resultaat voor bestemming153.727160.7116.984
mutaties reserves6.9840-6.984
Resultaat na bestemming160.711160.7110
Realisatie 2007
lastenbatensaldo
Projecten
Beschikbare budgetten
Rijk093.63193.631
Europese Commissie0169.400169.400
overige000
Toekenningen
toekenningen aan projecten33.333-3.245-36.578
vrijval op toekenningen017.72217.722
mutaties vooruitontvangen bedragen299.81855.643-244.176
Subtotaal projecten333.151333.1510
Algemeen
Bijdragen in uitvoeringskosten
Rijk01.4001.400
Europese Commissie000
provincies01.6281.628
gemeenten000
overige149177
Kosten
uitvoeringskosten6.0610-6.061
overige kosten000
rente en koersverschillen996.1566.056
mutaties voorzieningen352.9912.956
Subtotaal algemeen6.21012.2666.056
Resultaat voor bestemming339.361345.4186.056
mutaties reserves6.15699-6.056
Resultaat na bestemming345.517345.5170

Accountantsverklaring

Opdracht

Wij hebben gecontroleerd of de in deze verkorte jaarrekening op pagina 28 tot en met 31 van Samenwerkingsverband Noord-Nederland over 2008 op de juiste wijze zijn ontleend aan de door ons gecontroleerde jaarrekening 2008 van Samenwerkingsverband Noord-Nederland.
Bij die jaarrekening hebben wij op 14 april 2009 een goedkeurende accountantsverklaring verstrekt.

Het bestuur van de entiteit is verantwoordelijk voor het opstellen van de in het rapport opgenomen verkorte jaarcijfers in overeenstemming met de grondslagen zoals gehanteerd in de jaarrekening 2008 van Samenwerkingsverband Noord-Nederland. Het is onze verantwoordelijkheid een accountantsverklaring inzake de publicatie van deze verkorte jaarrekening te verstrekken.

Werkzaamheden

Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht. Dienovereenkomstig dienen wij onze controle zodanig te plannen en uit te voeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de verkorte jaarrekening op de juiste wijze is ontleend aan de jaarrekening.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Oordeel

Naar ons oordeel is de verkorte jaarrekening in alle van materieel belang zijnde aspecten op een juiste wijze ontleend aan de jaarrekening.

Toelichting

Wij vestigen er de aandacht op dat voor het inzicht dat vereist is voor een verantwoorde oordeelsvorming omtrent de financiële positie en de resultaten van de entiteit en voor een toereikend inzicht in de reikwijdte van onze controle de verkorte jaarcijfers dienen te worden gelezen in samenhang met de volledige jaarrekening, waaraan deze is ontleend, alsmede met de door ons daarbij op 14 april 2009 verstrekte goedkeurende accountantsverklaring. Deze toelichting doet geen afbreuk aan ons oordeel.

Leeuwarden, 10 juni 2009

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V.

Origineel getekend door K. Spijk RA

Weerstandsvermogen en risico’s

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen van het SNN bestaat uit de som van de algemene reserves, die per instrument worden aangehouden. De algemene reserve kan worden aangewend om risico’s, die niet op andere wijze kunnen worden gedekt, op te vangen.
De reserves zijn vrijwel geheel opgebouwd uit rentebaten in de afgelopen jaren. Ultimo 2008 bedraagt de geconsolideerde algemene reserve € 27.937.000.
Als interne gedragslijn wordt tot dusverre aangehouden, dat eventuele besteding van de algemene reserve in lijn moet liggen met de oorspronkelijke (subsidie) doelen.

Risico’s

Tegenover de algemene reserve staan risico’s, die het SNN loopt bij de uitoefening van de dagelijkse werkzaamheden. In december 2006 heeft een werkgroep op verzoek van het Dagelijks Bestuur van het SNN de risico’s, die ten laste van de reserves kunnen komen, in kaart gebracht. Dat heeft geresulteerd in een notitie, waaruit blijkt hoe de aanwezige reserves zich verhouden tot de risico’s. Deze notitie wordt jaarlijks geactualiseerd.

Het SNN heeft geen minimum omvang voor het weerstandsvermogen vastgesteld. Er is geen activa waarin stille reserves aanwezig zijn en het SNN heeft evenmin de mogelijkheid om onbenutte belastingen te heffen. Indien zich financiële tegenvallers voordoen en de reserves onvoldoende zijn om deze af te dekken, dan zijn de drie deelnemende provincies ieder voor een evenredig deel aansprakelijk voor het tekort. In grote lijnen kunnen vier risicocategorieën worden onderscheiden, die hierna kort worden toegelicht.

Inhoudelijke risico’s

Op basis van besluitvormingsprocedures wordt het risico dat het SNN gedurende de uitvoering van de programma’s een invulling geeft aan programmaonderdelen, die niet overeenstemt met de bedoelingen van de geldgevers, op nihil ingeschat.

Procedurele risico’s

Hieronder worden alle risico’s verstaan van het op enig moment niet voldoen aan voorschriften, regels en procedures, zowel opgelegd door de geldgever als vastgelegd in de eigen Administratieve Organisatie inclusief toetsingskader en controleprotocollen.

De eindafrekening van de Investeringspremieregeling (IPR) t/m 1999 is in december 2006 definitief bij het Ministerie van Economische Zaken ingediend voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring. Het ministerie heeft eind 2008 de controle van de eindafrekening afgerond.
Het Bureau Financieel Beheer van MEZ is van oordeel dat er voor een bedrag van € 8,8 miljoen teveel aan premies is uitbetaald. Het SNN is het niet op alle onderdelen met MEZ eens. Daarnaast is op dit moment nog niet bekend in hoeverre de bevindingen van het Bureau Financieel Beheer zullen worden overgenomen bij het opstellen van de eindafrekening.

Ten aanzien van de programma’s tot en met 1999 is er een risico ten aanzien van het EPD programma Groningen-Drenthe 1997-1999. De Europese Commissie heeft in 2004 en 2005 in twee rondes een audit uitgevoerd ter voorbereiding op de afrekening van dit EPD. Dit heeft geleid tot een claim van de Commissie van € 9,9 mln.
In oktober 2005 heeft SNN hierop een reactie gegeven. In april 2008 heeft de Europese Commissie voorlopig gereageerd op de reactie van Groningen en Drenthe.
Hoewel de reactie van Groningen en Drenthe op een aantal punten wordt overgenomen, handhaafde de Commissie het grootste deel van haar kritiek.
Uiteindelijk leidde dit ertoe dat de Commissie het geconstateerde foutenpercentage van iets meer dan 6% extrapoleert over het hele programma, plus een strafkorting toepast van 2%. In totaal leidde dat tot een korting van € 4,8 miljoen.
Daarna heeft een hoorzitting plaatsgevonden en op 2 april 2008 heeft de Commissie een herzien voorstel gedaan. Ten opzichte van het vorige voorstel is de korting slechts in geringe mate naar beneden bijgesteld.
De Commissie stelt nu een korting van € 4.249.000 voor. Daarnaast vordert de Commissie in verband met een lopende procedure over één project de daaraan betaalde subsidie ad € 1,8 miljoen vooralsnog ook terug, zodat in totaal € 6.064.000 terugbetaald moet worden.
Het betreft hier een zogenaamd geschorst project op basis van een rechtszaak leidende tot een voorlopige terugvordering van de Europese Commissie hangende de rechtszaak. Beide colleges van Gedeputeerde Staten hebben besloten in bezwaar te gaan tegen de korting van € 4.249.000 die de Commissie toepast.
Uitgaande van deze constateringen wordt er nog steeds naar gestreefd de claim van de Commissie bijna volledig te weerleggen. Formeel gaat het hierbij overigens niet om een SNN-risico, maar om een risico voor de provincies Groningen en Drenthe. Voor de dekking van de risico’s wordt een beroep gedaan op de op deze programma’s opgebouwde reserves. Deze reserves bedragen ultimo 2008 in totaal € 3,6 miljoen.

In de periode 1997-1999 is aan projecten vaak zowel EPD als ISP subsidie toegekend. Indien de Commissie gelijk zou krijgen met de claim van € 4.249.000 dan zou MEZ daar ook gevolgen aan kunnen verbinden voor de verleende ISP gelden. Het SNN schat in dat van de terugvordering van € 6,1 miljoen, ongeveer € 5,2 miljoen zijn oorsprong vindt in specifieke EFRO-voorwaarden. Deze lijn volgend blijft er – in theorie – dus een maximale ISP-claim over van € 0,9 miljoen. Net als bij het EPD wordt er van uitgegaan dat deze (theoretische) claim bijna volledig kan worden weerlegd.

Het EPD Doelstelling 2 programma 2000-2006 is in 2006 onderworpen aan een systeemaudit van de Europese Commissie. Deze audit heeft geleid tot opmerkingen van de Europese Commissie, die betrekking hebben op individuele projecten alsmede op het beheer en uitvoering van het EPD in het algemeen. Er is door de Europese Commissie geen correctie toegepast. Omdat bij audits van andere programma’s in Nederland vergelijkbare fouten werden vastgesteld, is onder auspiciën van het Ministerie van Economische Zaken (MEZ) een Nationaal Actie Plan (NAP)opgesteld, dat ertoe moet leiden dat fouten in het controlesysteem van de programma’s worden gecorrigeerd. In het kader van dit actieplan is in 2008 een steekproef uitgevoerd om met terugwerkende kracht te controleren in hoeverre de betaalaanvragen, die tot en met 2006 bij de Europese Commissie zijn ingediend op correcte wijze hebben plaatsgevonden.
Op 4 april 2008 heeft MEZ het eindrapport met correctievoorstel over de hercontrole van de gedeclareerde subsidiabele kosten tot en met 2006 bij de Commissie ingediend. Voor de regio Noord, waarvoor het SNN de beheerautoriteit is, worden in dit rapport de bevindingen weergegeven van 57 opnieuw gecontroleerde projecten. De gecontroleerde massa bestaat uit zes grote projecten en 51 overige projecten. Vooraf is in het NAP afgesproken dat gevonden fouten bij de overige projecten over de massa tot en met 2006 zullen worden geëxtrapoleerd en dat gevonden fouten bij de grote projecten één op één zullen worden gecorrigeerd. Voor de regio Noord wordt voorgesteld om na extrapolatie 2,4% gedeclareerde subsidiabele kosten te corrigeren bij de overige projecten. Deze correcties betreffen de totaal subsidiabele kosten. Vanuit deze kosten ontstaan vervolgens de verstrekte subsidies deels op afgerekende en nog onderhanden projecten. De vertaalslag van correcties op subsidiabele kosten naar correcties op EFRO bijdragen moet nog uitgewerkt worden.

Bij het berekenen van de mogelijke financiële gevolgen is in de jaarrekening 2007 vanuit gegaan, dat de Commissie het eindrapport in de huidige vorm zou accepteren. Inmiddels is uit besprekingen tussen MEZ en de EC duidelijk geworden dat de EC op onderdelen de uitgangspunten van MEZ wil aanpassen.

Bij het SNN zijn zoals hiervoor gemeld zes grote projecten opnieuw gecontroleerd. Vijf daarvan hebben betrekking op subsidieregelingen.
Het andere grote project betreft een omvangrijke subsidie aan een provincie en daarbij zijn in tegenstelling tot bij de subsidieregelingen geen materiële fouten aangetroffen.
In het eindrapport van MEZ inzake de hercontrole is een aparte passage over de subsidieregelingen van het SNN opgenomen. Daarin staat, dat het SNN tot en met 2006 de uitgaven van de eindontvangers inclusief de publieke en private uitgaven heeft gedeclareerd bij de Commissie. Inmiddels heeft een tabelwijziging plaatsgevonden waardoor als uitgangspunt geldt dat uiteindelijk zal worden afgerekend op grond van de verhouding tussen de EFRO-bijdrage en de totale publieke kosten.
Het onderzoek in het kader van het NAP is echter gericht op de gedeclareerde totale subsidiabele kosten. Vanwege de wijze van declareren is in het onderzoek derhalve naar de gedeclareerde publieke en private uitgaven gekeken; ook de bevindingen betreffen derhalve deze uitgaven. Geconstateerd is dat er uitgaven ter grootte van € 86 miljoen (14,1% van de subsidiabele kosten) onjuist zijn gedeclareerd, maar dat dit een soort fout is waaraan MEZ geen consequenties verbindt.
Kortom de gevonden fouten bij de subsidieregelingen blijven in de visie van MEZ zonder financiële gevolgen, hetgeen het SNN onderschrijft.
De EC heeft bij de besprekingen over het ingediende rapport deze zienswijze niet ter discussie gesteld. Aangezien het SNN na afloop van de programmaperiode voor de subsidieregelingen de uitbetaalde premies aan eindbegunstigden met de Commissie zal afrekenen, schat het SNN het risico dat de thans geconstateerde fouten financiële gevolgen zullen hebben op nihil.

Bij de overige projecten werd uitgaande van de acceptatie van het rapport van MEZ door de Commissie een geëxtrapoleerde fout gevonden van 2,4%. Aangezien het SNN voor de overige projecten ultimo 2006 een bedrag van € 603 miljoen bij de Commissie heeft gedeclareerd, betekent dat een fout in de subsidiabele kosten van € 14,3 miljoen.
Voor de programmaperiode 2000-2006 krijgt het SNN een maximum EFRO bedrag van € 356,6 miljoen gebaseerd op € 1.831,1 miljoen subsidiabele kosten.
Dat betekent een EFRO bijdrage van 19,5% per subsidiabele euro. Dit gemiddelde percentage is het gewogen gemiddelde van de diverse percentages per subsidiemaatregel. Voor de bepaling van het maximale risico van het SNN zijn de maatregelen “technische bijstand” en “stimulering marktstector (waarin relatief veel grote subsidieregelingen zijn opgenomen)” buiten beschouwing gelaten. Het aldus herrekende gemiddelde EFRO percentage bedraagt dan 28,4%. Gerelateerd aan de geëxtrapoleerde fouten van in totaal € 14,3 miljoen betekent dat een maximaal terug te betalen EFRO bedrag van afgerond € 4,1 miljoen. In 2008 is dit bedrag verhoogd naar € 4,6 miljoen, omdat de kans reëel lijkt, dat de EC het aangeboden rapport niet geheel over zal nemen.

Wij merken op, dat bij het opstellen van de eindafrekening in 2010 dit bedrag nog belangrijk lager kan uitvallen. Ultimo 2006 was namelijk nog maar ruwweg een derde deel van de gecommitteerde projecten definitief afgerekend. Bij nog niet afgerekende projecten (ca. tweederde deel) bestaat de mogelijkheid om niet subsidiabele kosten per 31 december 2006 te vervangen door andere wel subsidiabele kosten vanaf 1 januari 2007. Op deze wijze kan bij ieder nog niet afgesloten project uiteindelijk toch mogelijk het totaal toegezegde EFRO bedrag worden uitgekeerd.
Tijdens een overleg in april 2008, waarbij afgevaardigden van de Europese Commissie en MEZ aanwezig waren, is zonder enig voorbehoud medegedeeld, dat de bevindingen van het NAP op geen enkele wijze gevolgen hebben voor de N+2 regel, waaraan het SNN ultimo 2006 heeft voldaan.
Of de conclusies van het NAP ook nog gevolgen kan hebben voor het EZ Kompasprogramma valt op dit moment niet in te schatten. Vooralsnog schat het SNN dit financieel risico op nihil.

Het Leader+ programma van het SNN is in april van 2007 aan een audit van de Europese Commissie onderworpen. Hoewel op projectniveau geen onjuistheden zijn geconstateerd is de Commissie van mening dat het SNN tot en met medio 2007 met name de controle voorschriften niet volledig heeft nageleefd en is voornemens een forfaitaire korting van 5% van het bij de EC gedeclareerde bedrag op 30 juni 2007 op te leggen. Hiermee is een bedrag gemoeid van € 0,8 miljoen. Het SNN deelt vooralsnog de mening van de EC niet.

Risico’s verbonden aan financiering en uitvoeringskosten

Aangezien ultimo 2008 voor het risico, dat de nog openstaande deposito bij Landsbanki in IJsland niet terugbetaald, wordt een 100% voorziening is gevormd, komen de IJslandse tegoeden in dit hoofdstuk niet voor.
Incidenteel zullen er tot en met het jaar 2010 lasten en uitvoeringskosten van instrumenten uit de programma’s en regelingen tot en met 2006, die niet op andere wijze kunnen worden gedekt, ten laste van de algemene reserve worden gebracht. Hiermee is naar schatting maximaal een bedrag van € 4 miljoen gemoeid. Daarnaast is voor de nieuwe programma periode een inventarisatie gemaakt van de dekking van de kosten tot en met het jaar 2012. Op basis van een genormaliseerde kostenbegroting wordt in de periode 2008 tot en met 2012 een ongedekt tekort verwacht van € 6,9 miljoen dat ten laste van de algemene reserves zal komen.

Budgettaire risico’s

In de praktijk van het uitvoeren van de regionale stimuleringsprogramma’s blijkt bij eindafrekening van projecten gemiddeld altijd enige onderbenutting van de toegekende middelen op te treden. Daardoor ontstaat zogenaamde vrijval van middelen. Om te voorkomen dat programmamiddelen onbenut blijven wordt op basis van ervaringscijfers meer middelen gecommitteerd dan feitelijk budgettair beschikbaar is. Zowel voor de Kompasprogramma’s als de Kompasregelingen zijn zogenaamde “overcommitteringspercentages” vastgesteld. Over de oude programma’s en regelingen tot en met 1999 wordt geen risico meer gelopen. Indien de verwachte vrijval de komende jaren bij afrekening van de projecten van Kompasprogramma’s en –regelingen lager uitvalt dan bij de vaststelling van de recente overcommitteringspercentages is verwacht, dan zullen de reserves moeten worden aangesproken. De werkelijke vrijval op projecten wordt periodiek vergeleken met de prognoses en op basis van de meest recente gegevens is het risico beperkt. Bij het onderdeel EFRO 2000-2006 is afgerond € 2 miljoen meer gecommitteerd dan op basis van de vrijvalpercentages verantwoord zou zijn. Dit is gebeurd om te voorkomen dat voor dit programma onderdeel rentebaten terugvloeien naar de Europese Commissie.

Recapitulatie

Ultimo 2008 kunnen de thans bekende risico’s en onzekerheden die het SNN loopt in het meest sombere scenario als volgt worden samengevat (x € 1 miljoen) :

Uitvoeringskosten Kompasperiode en Koers Noord10,9
IPR t/m 19998,8
Efro 2000-2006 i.v.m. Nationaal Actieplan4,6
Overcommittering Efro 2000-20062,0
Overige risico’s1,7
Totaal risico’s en onzekerheden28,0

Ultimo 2008 bedragen de aanwezige reserves € 27,9 miljoen waarvan € 3,6 miljoen betrekking heeft op de programma’s tot en met 1999 van de provincies Groningen en Drenthe t/m 1999 zodat € 24,3 miljoen resteert voor de risico’s en onzekerheden. Dat is in het somberste scenario € 3,7 miljoen te weinig om de risico’s en onzekerheden te dekken.

Financiering

De uitgaven van de Koers Noord en Kompasprogramma’s worden gedekt uit middelen, die door externe geldgevers als rijksoverheid, Europese Commissie en provincies ter beschikking worden gesteld. De Koers Noord en Kompasregelingen worden vanuit de programmamiddelen, EZ-Kompas en EFRO, als een Kompas project gefinancierd.

Het SNN beschikt gemiddeld over aanzienlijke liquiditeiten. De provincie Groningen treedt op als kassier voor het SNN. Dat houdt in, dat alle ontvangsten en uitgaven van het SNN via de “kas” van de provincie Groningen lopen. Het SNN gaat als gevolg van het uitbesteden van de kassiersfunctie geen geldleningen aan en verstrekt evenmin geldleningen.
Ingevolge de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet FIDO) heeft het SNN een eigen Treasurystatuut vastgesteld. Het statuut heeft tot doel in overeenstemming met de Wet FIDO de bestuurlijke kaders aan te geven, waarbinnen het Dagelijks Bestuur van het SNN de financiële vermogenswaarden, financiële geldstromen, financiële posities en de hieraan verbonden risico’s kan besturen en beheersen.

Door middel van een actief treasurybeleid tracht de treasurer van de provincie Groningen de financiële kosten voor het SNN zo laag mogelijk te houden en de opbrengsten zo hoog mogelijk te maken. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten aangaande het risicoprofiel van het SNN:

  • Het uitgangspunt ten aanzien van het financieel risico is defensief en risicomijdend.
  • De lange termijnrisico’s zullen in ieder geval begrensd worden door de renterisiconorm zoals die is opgenomen in de Wet FIDO.
  • De korte termijnrisico’s zullen in ieder geval begrensd worden door de kasgeldlimiet, zoals die is opgenomen in de Wet FIDO.

Toezicht op de door de provincie Groningen uitgezette SNN middelen vindt plaats door middel van de ambtelijke werkgroep “Treasury SNN” waarin ambtenaren van de drie provincies, medewerkers van het SNN en medewerkers van de afdeling treasury van de provincie Groningen zitting hebben. Het Dagelijks bestuur van het SNN ontvangt periodiek een verslag van de activiteiten van deze werkgroep. De totale liquiditeitspositie van het SNN is over 2008 positief geweest.

Aangezien het SNN geen vaste schulden heeft is de renterisiconorm voor het jaar 2008 vastgesteld op het minimumbedrag van € 2.500.000.

Gezien de looptijd van het huidige Kompasprogramma en de relatief grote schommelingen in de in- en uitgaande geldstroom heeft het SNN ervoor gekozen om circa 50% van de middelen kortlopend weg te zetten op spaarrekeningen en in deposito’s.
De overige middelen zijn belegd in obligaties, onderhandse geldleningen en garantieproducten met een looptijd van vier tot tien jaar. De werkelijke rentebaten kunnen in vergelijking met de begrote baten lager uitvallen indien de tegoeden waarover rente wordt vergoed lager uitvallen dan verwacht en/of een lager rentepercentage wordt vergoed dan oorspronkelijk werd begroot.

Aan de toezichthouder, het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkszaken, wordt ieder kwartaal de liquiditeitspositie gezonden. Het SNN heeft geen schulden, zodat de vlottende middelen gelijk zijn aan de overschotten. In 2008 zijn per begin van de maand de volgende overschotten opgegeven: (bedragen x € 1.000)

januari129.304
februari121.070
maart167.213
april163.342
mei155.144
juni145.802
juli143.275
augustus131.590
september120.629
oktober111.574
november96.618
december88.804

De liquiditeitstekorten mogen de kasgeldlimiet niet (structureel) overschrijden. De kasgeldlimiet is een bedrag ter grootte van een bij ministeriële regeling vastgesteld percentage van het begrotingstotaal.
Voor het SNN bedraagt de kasgeldlimiet over 2008, gebaseerd op de oorspronkelijke begroting 2008 8,2% van € 128,2 miljoen is € 10,5 miljoen. In geen van de kwartalen wordt deze limiet overschreden.